Henri Plaat - kunstenaar en reiziger
Henri Plaat (Amsterdam, 1936) is behalve kunstenaar ook reiziger - of beter gezegd: reizende kunstenaar. Hij trekt naar verre oorden als Zuid-Amerika en het Midden-Oosten en filmt er de wereld die hij aantreft. Niet in narratieve reisverslagen, maar in afzonderlijke stillevens: tableaux-vivants van de wereld die hij daar ontmoet. Een wereld waarin hij vindt wat volgens hem in Nederland allang verdwenen is: de schoonheid van vergankelijkheid en wanordelijkheid. Plaat spreekt in dit geval over collages; gelaagde beelden waar achter de werkelijkheid het verleden nog doorschemert.
Plaat volgde in zijn geboortestad een opleiding tot typograaf en begon zijn carrière als graficus. Daarna volgde hij een opleiding aan de Rietveld Academie en sinds 1963 is hij actief als beeldend kunstenaar met gouaches, collages en foto's. Sinds de jaren '60 maakt hij ook korte fictiefilms en reisbeelden. Plaat ziet het filmen niet als een secundaire bezigheid, maar als aanvulling op zijn beeldende kunst; hij kan er andere werelden in creëren.
Plaats gereedschap is een kleine handcamera. Eerst een Bell & Howell, later een Cine Kodak: camera's die werken op een veermechanisme en die een vaste lens hebben. Het enige wat Plaat hoeft te doen is de camera op te winden en neer te zetten. Zelfs het kijken door de zoeker om het kader en de scherpte te bepalen hoeft niet meer. Hij kent zijn camera's zo door en door dat hij vanzelf weet dat het goed is. Deze manier van filmen stelt hem in staat om zijn beelden ongezien en anoniem te maken.
De beelden die hij op zijn reizen maakt zijn veelal statisch en hebben door het veerwerk een afgemeten lengte. Eenmaal thuis monteert Plaat de beelden tot films die hun eigen logica en eenheid hebben; niet bepaald door tijd en ruimte, maar door de fascinatie van de maker.
In Plaats fictiefilmpjes staat met name de Tweede Wereldoorlog centraal, die net als bij veel generatiegenoten een onuitwisbare indruk op hem heeft achtergelaten. Het zijn films die een surreële sfeer ademen en die af en toe doen denken aan de Baudelairean Cinema van Amerikaanse undergroundfilmers als Ron Rice of Jack Smith. Plaat zelf spreekt niet van surrealisme; dat veronderstelt namelijk een gecomponeerde wereld. Zijn films zijn fantasieën die buiten de werkelijkheid staan, ze verzetten zich tegen de realiteit.
