Willem Bon - FTL en wetenschap
Willem Bon (Amsterdam, 1904 - Amsterdam, 1990) studeerde natuurwetenschappen en sloot zich als student aan bij de Filmliga. In juli 1929 volgde hij Menno ter Braak op als secretaris van de Amsterdamse afdeling. In november 1929 trad hij toe tot de redactie van het tijdschrift Filmliga. Daarnaast manifesteerde hij zich als filmmaker. Aanvankelijk nog met tijdens de ligavoorstellingen vertoonde collageachtige filmmontages als Voici Paris, maar al snel met twee korte opdrachtfilms; Stad (1929) en Boek (1930). Boek was de eerste officiële film die door de Studio Joris Ivens werd vervaardigd. Bon werkte ook als cameraman mee aan de films van andere bij de studio aangesloten filmmakers.
Voor Bon stond het experimenteren centraal. Al vroeg hield hij zich bezig met het opnemen van geluids- en kleurexperimenten. Een neerslag hiervan is te vinden in twee korte experimentele films uit 1932: Is er overeenkomst tusschen klank, rhythme en kleurafwisseling en Kleur- en vormafwisseling op 'Choo-choo' jazz. Het gaat in beide gevallen om vormexperimenten; films die geen narratieve structuur hebben en puur zijn gemaakt om formele of theoretische uitgangspunten te onderzoeken. Bon heeft zich hierbij laten leiden door avant-gardistische ideeën zoals die zijn terug te vinden in het boek Cinema militans van Menno ter Braak.
In 1932 richtte Bon de Filmtechnische Leergangen (FTL) op, een opleiding voor jonge cineasten. Op 1 juli 1932 werd begonnen met het geven van halfjaarlijkse cursussen. Vanaf 1933 deelde Bon de leiding over de FTL met Frans Dupont. Leerlingen waren onder anderen Gerard Saan en Emiel van Moerkerken. In 1934 leverde de FTL haar eerste speelfilm af: Blokkade. Bij deze door Willem van der Hoog geregisseerde film was Bon samen met Saan verantwoordelijk voor de productie. De film vertoonde veel technische gebreken en werd na de eerste vertoning genadeloos onderuit gehaald. Het zou een van de laatste wapenfeiten van de leergangen zijn.
Met de kwijnende aandacht voor de avant-gardefilm vanaf het midden van de jaren '30, verdween ook Bons actieve betrokkenheid. Hij ging zich richten op andere kunstzinnige disciplines: de muziek en de schilder- en beeldhouwkunst. Na de oorlog heeft Willem Bon twintig jaar gewerkt als wetenschappelijk hoofdambtenaar bij het laboratorium voor biochemie en toxiologie van de Universiteit van Amsterdam.
